
Postergedicht over psychiatrische patiënt: Stil zitten
© Tekst – Riekie Weijman / Foto – Marije Lans
Afscheid
‘En dan’, zei de man, ‘dan omhels je iemand alsof je nog nooit gekwetst bent’. In het lokaal klonk gegrinnik. Want dat we dat geen van allen konden, daar waren we het onuitgesproken wel over eens. Maar aan het begin van de dag hadden we afgesproken dat niemand weg zou gaan zonder afscheid. Dus daar hielden we ons aan. Met een hand, en fijne woorden.
En ook het afscheid ging voorbij. ‘Veel geluk!’ riep iemand in de gang de hoek om. In de verte zag ik nog een halve zwaai.
Persoonlijk meesterschap
Mag ik even ongegeneerd trots zijn? De accreditatiepunten vliegen ons namelijk als pepernoten om de oren. Het ene lesboek is nog niet af, of het volgende lijkt al goedgekeurd voordat er zelfs maar een letter op papier staat. Ik pluk de vruchten van de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten, door het lesmateriaal te schrijven van diverse trainingen voor professionals.
En die trainingen, dat is me wat. De eerste dag zijn de professionals nog beleefd en de uitingen afgemeten. Maar de volgende dag komen de twijfels, frustraties en angsten als vanzelf op tafel. En er vloeien tranen, een zucht en hier en daar een opmerking over de prettige veilige omgeving. En de ervaring, die leert dat het geheel meer is dan de som der delen.
Wat deze professionals leren is hoe ze zelf de baas kunnen zijn over de route die ze bewandelen in hun leven. Ken jezelf en de weg die bij je past.
In een tijd met zoveel beweging, past dat.
Niets is wat het lijkt – en alles gaat voorbij
Staatsgeheim
Ooit had ik mezelf beloofd het nooit zo ver te laten komen; thuis achter de laptop, w-e-r-k-e-n met satéprikkers tussen mijn ogen, terwijl buiten al mijn vrienden een rondje Kunstnacht lopen. Nooit zou ik alleen thuisblijven op zaterdagavond. En vooral nooit zou ik de schijn wekken dat ik –in plaats van rondjes lopen door de stad– aan het schrijven was. Want al was ik dat, dan was dat een staatsgeheim. De uiterlijke schijn wil tenslotte ook wat.
Nou vooruit, vorige week was ik ook thuis en schreef ik een stukje.
Maar toen was ik ziek.
Dus dat telt niet.
Nooit meer rekenen
Hoe lang doe ik erover om in Mongolië te komen? Volgens Google maps rijd ik er in 95 uur naartoe. Volgens mijn smartphone hoef ik er überhaupt niet meer naartoe, maar regel ik mijn zaken meteen. Google maps houdt geen rekening met pauzes of oponthoud aan de grenzen. Mijn smartphone ook niet. En dat klopt ook wel, want onze verbinding met communicatiemiddelen heeft de wereld veranderd in een no man’s land. Of beter misschien; in een land van iedereen. Of nog beter misschien; als ik overal ben, dan ben ik nergens. Grenzeloos.
Doordat we op elke plek tegelijk kunnen zijn en vanaf elke plek worden aangesproken, is ons idee van plaats en tijd verdwenen. Voor Google zijn grenzen streepjes en ik communiceer met Google. Nooit meer zoeken, nooit meer rekenen, en met een beetje geluk hoef ik nooit meer ergens heen. En moet ik er toch in levende lijve zijn, dan spreekt mijn iPhone die taal wel. Mijn iPhone helpt mij door fysieke contactmomenten heen. Oké, tot zover eigenlijk geen nieuws.
Filosoof Henk Oosterling laat een interessante visie los op het fenomeen ‘wij, sociale contacten en de interfaces’. Hij bespreekt hoe interfaces instaan tussen onszelf enerzijds en basisbehoeften van het echte leven anderzijds. Klik!


