‘Je weet dat het komt, maar je erop voorbereiden kun je nooit.’ Ze staarde in haar glas. Terneergeslagen.
‘Dan nemen we toch geen afscheid’, mompelde hij. Zijn ogen lichtten even op van zijn eigen idee. Toen zij niet opkeek, glimlachte hij subtiel. Een lolletje met zichzelf, terwijl hij hier echt niet voor de lol zat.
‘Je bedoelt gewoon weglopen?’
‘Ik bedoel gewoon blijven.’
Ze zuchtte.
Hij zuchtte ook.
Raket
Als ik straks toch tierend
mijn armen uit hun kommen zwoeg
op die houten vloer, met schuurpapier of een -machine,
wie zal het weten, ik niet,
ik heb nog nooit een houten vloer gepoetst
en al helemaal niet met jou.
Geef je dan een knipoog
stuur je ‘m liefdevol door de lucht
waarop ik een beetje schuchter buk,
even over mijn schouder kijk
maar hij is voor mij.
Je zei al voordat je hier een stap binnen zette
pas maar op,
straks snij je je
in die schrijvende vingers van je.
En ik deed het toch.
Ergens willen wonen heeft een prijs.
Je zei zelf
je moet niet denken
dat je alles wat je echt wil
ook kunt krijgen.
Maar het meeste wel.
Kom Kees
Hoewel de nazomerse temperatuur- en vochtmeter Aziatisch benauwd uitslaat, is bij mij het terugkijken begonnen. Terugkijken van de film die een warme zomer heet, kijken naar de eerste acht maanden van 2014 en terugkijken op een jaar waarin veel veranderde. Ik verloor de liefde, en vond wat óók liefde was. Ik zocht een huis en de wind bracht mij een nieuwe baan. Ik begon met een studie die mij volledig binnenstebuiten keert, ik ging na honderd jaar weer eens op wintersport en ik nam afscheid van een vriendschap. Ik leerde wat afhaken is. Nooit was ik ergens afgehaakt en ik ervoer hoe bevrijdend dat is. Ik vond iemand terug waarvan ik besloten had dat ze nooit bij me zou horen. Nooit. Maar toen was daar de perfecte stilte; de stilte die zei dat het goed was terwijl ze naast me in de auto zat. Wie had dat ooit gedacht.
Ik begon en ik eindigde, ik eindigde en ik begon. Niet op 31 december, en niet op 1 januari. De eindes en de beginnen liepen dit jaar door elkaar.
Het starten en afscheid nemen creëerde zoveel lucht dat ik voelde dat ik grote stappen zette en soms werd me dat teveel. Dan ging ik hangen aan de bevestiging van anderen, terwijl ik diep in mijn hart wist dat ik dat niet nodig had. Ik voelde mezelf zoeven, op de meest linker rijstrook van een Duitse Autobahn. Ik voelde me meer een ziel dan een mens. Ik voelde me geluid, beweging, ambitie en taal. Maar de auto waarin ik zoef voelt zo groot; ik rijd altijd in van die kleine kachelbakkies die het halverwege nét niet begeven. Ik ben niet gewend aan automatische ramen en al helemaal niet aan dit formaat.
Ze zei dat alle puzzelstukjes op hun plek gingen vallen, toen ik advies vroeg aan de meest wijze vrouw die ik ken.
Daarover mijmer ik nu al drie maanden.
‘Maar’, zei ze, ‘jij gaat het ook nog zwaar krijgen’.
Dus aan mijn muur hangt sinds gisteren een nieuw schilderij.
‘Kom Kees, het is maar tijdelijk.’
© Riekie Weijman. Meer lezen? Klik hier voor alle berichten.
Macht
Ze wisten wel wat er was,
ze hadden zichzelf door de jaren heen
goed leren kennen, daar onder het kleed
waar niemand aandacht aan ze besteedde.
Althans niet, noemenswaardig.
Nu waren ze nog eens extra aangestampt
sinds ze een beetje waren gekruld
aan de randen
als foto’s, zwart en wit
toen iemand met een punaise in hun midden prikte.
Recht in het hart,
maar platter dan plat
was er geen hond die zag
dat precies de angst
voor het zonlicht
hier de macht in handen had.
Olafur
De toetsen, de strijkers
en het ritme van hun ademhalen
staken licht af
op een plek waar niemand komt, ’s nachts.
Ik was van plan om te denken
dat je in dit flikkerend wit
alles uit je handen zou laten vallen
zo in duizend stukken
met felle hoeken en gekke rondingen
aan het porselein dat al die tijd
had staan wachten in de glazen kast.
De cellist wist
dat ik graag naar de bezemkast zou vliegen
om het stoffer en blik te halen,
zodat ik de scherven opruimen kon
de jouwe, of de mijne misschien
om er dicht bij de vloer
achter te komen dat die
al verdwenen zijn.
Maar wat dan met dat porselein.
In de tussentijd
schonk de eigenaar van vier snaren
het hele repertoire een glimlach.
Hij speelde, gaf de klanken franje
en wees de oren van het publiek
de stilte na.
Ik landde precies daar.
Kijk, daar.
Kijk, daar.
Over Olafur Arnalds – Live at Amsterdamse Bos
© Gedicht – Riekie Weijman – 2014
Waarde
Maar waar blijven de zinnen
die ze onbesproken liet.
Konden de woorden zichzelf niet
verstoppen op een ansichtkaart
zo eentje met statige lanen of slordige boerderijen,
om tussen de hanenpoten
mee te rijden richting posterijen
en dan uit te komen in mijn straat.
Ik zou wel open doen
en ze vragen
wat ze al die tijd
in godsnaam hadden meegemaakt.
Ze zouden denk ik zeggen
dat ze waarschijnlijk
gewoon per letter in het woordenboek hadden gestaan.
© Riekie Weijman. Meer lezen? Klik hier voor alle berichten, of hier voor enkel de postergedichten.